De Start: De Werkplek & Routine

  1. De start van de dag: “Hoe ziet een typische ochtend in het atelier eruit? Heb je een vaste routine of een specifiek ritueel nodig om in de werkmodus te komen?”Om te beginnen stap ik in een andere wereld zodra ik de deur van mijn atelier open. Ik kan dat niet verklaren, maar mijn hoofd en lijf voelen onmiddellijk anders. Afgesloten voor de buitenwereld, rustig. Ik kijk anders en ervaar anders. Vaak maak ik eerst een kop thee. Ik zet de radio aan en ondertussen ruim ik wat op, bekijk waar ik mee bezig was en besluit waar ik mee verder zal gaan. Meestal werk ik met een kabbelend radiogeluid op de achtergrond of in stilte, behalve aan het eind van mijn werkdag. Als er dan vorderingen zijn in mijn werk of er op zijn minst wat meer helderheid is over waar ik naartoe wil, dan zet ik lekker hard salsamuziek op. De meest vrolijke muziek die ik ken.

    Bea aan het werk in haar atelier.

  2. De materialen: “Wat is op dit moment je favoriete gereedschap of materiaal om mee te werken, en wat maakt dit dan zo prettig voor jouw techniek?”Ik ben op de academie ‘opgevoed’ met olieverf, maar mijn favoriet is acryl.
    Daar kan ik snel mee werken, veel lagen over elkaar zetten, erin krassen of schrapen. Voor het schrapen gebruik ik tandartstools die ik ooit op de rommelmarkt kocht. Omdat ik graag schilderen en tekenen combineer, gebruik ik ook oliepastel, pastelkrijt, en China markers mijn favoriete potloden.
    Ik werk naast op canvas ook graag op een houten ondergrond.

De Verdieping: Inspiratie & Voorbeelden

  1. De artistieke stamboom: “Welke kunstenaars (klassiek of hedendaags) zijn voor jou een grote inspiratiebron geweest, en wat heb je specifiek van hun werk geleerd?”Ik hou erg van Richard Diebenkorn, Nicolas de Staël, Wim Oepts, David Mankin. Maar ik hou ook enorm van Isaac Israëls en John Singer Sargent.
    De belangrijkste overeenkomst tussen deze schilders is in mijn ogen de vrijheid in hun manier van werken.

    Werk van inspirator David Mankin- In the wide glimmering sea

  2. Inspiratie buiten de kunst: “Naast andere kunstenaars, uit welke hoek haal je nog meer je ideeën? Denk aan de natuur, architectuur, wetenschap of een bepaalde historische gebeurtenis.”De natuur is erg belangrijk in mijn leven en dus ook in mijn werk.
    Buiten verzamel ik beelden van de natuur in mijn hoofd, foto’s en herinneringen aan plekken die me inspireren. Vaak zijn dat de bergen en water of watervallen. Terug in mijn atelier gebruik ik deze indrukken voor mijn schilderijen. Maar ik vind het ook leuk om iets simpels als kopjes of vaasjes in een semi-abstracte versie neer te zetten.

    Spring Splash

  3. De beslissende gebeurtenis: “Is er een specifiek moment of een ontmoeting in je leven geweest die ervoor heeft gezorgd dat je definitief voor dit pad hebt gekozen?”Toen ik van de middelbare school af kwam, was ik zestien en uitgeloot voor de studie die ik wilde volgen. Om mijn tijd door te komen, leende ik een boek in de bibliotheek. ‘Hoe teken ik portretten’, heette het. Ik heb dagenlang ogen, neuzen, monden getekend en ik vond het geweldig. Het was ook fijn dat ik het in de vingers kreeg. Daar ligt de kiem, al heeft het best nog even geduurd voor ik kunst serieus durfde te nemen.

Het Proces: Van Idee naar Werk

  1. De eerste schets: “Hoe begint een nieuw werk bij jou? Is dat een plotselinge ingeving, of gaat er een lange periode van onderzoek en schetsen aan vooraf?”Soms ga ik door foto’s van landschappen waar ik geweest ben, maar meestal kan ik teren op mijn herinneringen. Op de sfeer, de kleuren, de geuren die ik ergens in een archiefkastje in mijn hoofd bewaard heb. Zo heb ik verschillende schilderijen gemaakt naar aanleiding van bergwandelingen in Europa, en ook na verre reizen en bv een reis door IJsland.
    Ik besluit welke kleuren ik kies, meestal zijn dat groen- en blauwtinten en kleuren die daar tegenover staan, bv oranje- of roodtinten. Als eerste pak ik mijn grote kwasten en zet ruwe vormen op, die ik later laag op laag verfijn en naar elkaar toe breng. Er gaat dus geen lange voorbereidingstijd aan vooraf, maar omdat ik niet met een vooropgezet plan werk en telkens weer reageer op wat er gebeurt op het doek, is mijn werkwijze vrij arbeidsintensief.

    Sparkle

  2. De constructie: “Kun je ons meenemen in de fysieke totstandkoming van een werk? Welke stappen doorloop je van de eerste lijn of laag tot het uiteindelijke resultaat?”Mijn werk ondergaat vaak een intensief proces. Laag over laag, schilderend, schurend, schrapend, tot de vele onderlagen samen een rol spelen in een harmonieus semi-abstract geheel. In mijn werk speel ik graag met de werkelijkheid, de kleuren, het licht, vormen, binnen- en buitenwerelden. De werkelijkheid wegzettend in mijn eigen handschrift. Een beetje vervormd, een beetje echt. Ik wil dat ogen iets te zoeken hebben in mijn schilderijen. Maar ik zet de abstractie nooit helemaal door, er moet wel een gevoel van herkenning blijven. Mijn schilderijen moeten harmonieus en comfortabel blijven voor de kijker. In mijn landschappen moet je kunnen ‘wonen en wandelen’.
  3. Het moment van voltooiing: “Wanneer is een werk voor jou echt ‘klaar’? Is dat een rationele beslissing of een intuïtief gevoel?”Die beslissing is bij mij nooit rationeel. En omdat ieders werkwijze zo persoonlijk, zo eigen is, valt ook eigenlijk niet uit te leggen wat nou precies het moment is waarop alles klopt. De vormen, het licht, het materiaalgebruik, maar vooral dat wat ik wil weergeven. Ik weet het meteen als het zover is.

De Afsluiting: Ontwikkeling & Ambities

  1. De artistieke groei: “Als je kijkt naar je werk van vijf jaar geleden en dat van nu, op welk gebied heb je dan de meest positieve ontwikkeling doorgemaakt?”De meest positieve ontwikkeling is dat ik me niks meer aantrek van wat anderen van mijn werk vinden. Dat ik alleen maar kan doen wat ik doe, omdat het mijn manier is. Ik kan groeien, blijven leren, maar ik zal altijd mijn eigen interpretaties weergeven. Laatst had ik een solo expositie. Er waren mensen die urenlang van het een naar het andere schilderij liepen, en er waren mensen die na twee minuten alweer buiten stonden. Kortom, ik ga gewoon door met die atelierdeur opendoen en aan het werk gaan.
    Vorig jaar werkte ik mee aan een documentaire waarin aan vijf kunstenaars geïnterviewd werden over hun proces en hun frustraties. Ieder ging daar op zijn eigen manier mee om, maar de bottom line was toch voor alle vijf: het is het proces waar het om draait, niet het eindproduct. Dat is een heel fijne gedachte en een legitimatie om nog jaren door te gaan.

    Vroeg werk van Bea

  2. Toekomstige projecten: “Zijn er technieken, onderwerpen of formaten waar je in de nabije toekomst graag mee zou willen experimenteren?”Ik probeer nu voor ik aan een schilderij begin, schilderschetsen te maken van de natuur en die te verscheuren en verbouwen tot collages, om die collages weer als basis te gebruiken voor mijn schilderijen.
    De natuur blijft het uitgangspunt, maar de verwerking is dan anders. Eens kijken of dat wat wordt. Nogmaals: it’s all-in the process!